5 tips
Ik heb moeite met me concentreren, een taak uitvoeren of mijn normale planning of routine volgen als ik ergens op wacht. Het wachten en ergens op gefocust zijn, veroorzaakt spanning en neemt zoveel ruimte in beslag in mijn hoofd dat er minder ruimte is voor andere dingen.
Dit helpt me om de wachtstand te voorkomen.
1. Zelf de regie houden.
Ik zorg dat de vervolgactie bij mij ligt. Dat geeft voorspelbaarheid en duidelijkheid. Ik bel bijvoorbeeld zelf terug of neem zelf het initiatief, in plaats van te wachten tot iemand anders iets laat horen.
2. Deadline stellen.
Ik geef aan wanneer ik een antwoord verwacht en wat het gevolg is als ik dan niets heb gehoord, bijvoorbeeld dat het dan niet doorgaat of dat ik er dan van uitga dat het antwoord nee is. Als ik iets uitleen, zeg ik meteen op welke dag ik het weer kom ophalen.
3. Vroeg op de dag.
Afspraken in de middag beïnvloeden mijn hele dag. Daarom plan ik ze meestal aan het einde van de ochtend. Zo kan ik mijn ochtendroutine gewoon volgen en hoef ik daarna niet te gaan zitten wachten.
4. Vragen om oplossing.
Als een afspraak echt niet werkt of veel stress geeft, vraag ik naar een alternatief, bijvoorbeeld een korter tijdvak of duidelijke communicatie vooraf. Vaak zijn mensen bereid mee te denken als je uitlegt waarom iets belangrijk voor je is.
5. Afleiding.
Wachten is niet altijd te voorkomen. Als ik ergens op moet wachten, zorg ik dat ik iets eenvoudigs te doen heb dat niet veel aandacht vraagt, zoals kleine klusjes of mailtjes beantwoorden. Dat helpt de spanning te verminderen.